Firma Thomas

Firma Thomas


Firma Thomas


In 1931 werd de zaak Thomas opgericht, een eenvoudige smidse toen, waar landbouwvoertuigen hersteld werden. Vandaag, 86 jaar later, zijn het kleinzonen Frank en Johan die het bedrijf leiden, gespecialiseerd in de distributie van land- en tuinbouwmachines.

Toen grootvader Thomas in 1931 begon als boerensmid, had hij wellicht niet durven te dromen dat zijn bescheiden zaak zou uitgroeien tot wat ze nu is. Zijn werk – het herstellen van de eerste generatie landbouwmachines – evolueerde al snel in de richting van de verkoop van machines. Aanvankelijk deed hij ook loonwerk, het inzetten van een mobiele dorskast bij de boer bijvoorbeeld. Maar naarmate de mechanisatie toenam en mee door toedoen van vader Frans Thomas, die dan ook al een poosje in de zaak meedraaide, werd het loonwerk stopgezet om zich volledig te focussen op de verkoop en dienst na verkoop van tractoren en landbouwvoertuigen.

Diversificatie

Toen eind jaren ‘80 de derde en huidige generatie aan het hoofd kwam, besloten de twee broers Frank en Johan om hun corebusiness verder te zetten maar tegelijk ook te diversifiëren. De landbouwsector deed het minder goed en de toekomst ervan zag er niet bepaald rooskleurig uit. Bijkomende reden voor die diversificatie was dat de zaak nu twee gezinnen moest onderhouden. Daarnaast bood een afdeling ‘Tuin & Park’ heel wat nieuw potentieel. Ze wilden ook hun actieradius vergroten. Wat landbouwmachines betreft, zouden ze zich blijven richten op lokaal cliënteel, in Vlaams-Brabant. Wat de tuin- en parksector betreft, zijn ze intussen actief in heel België en in Luxemburg.

Complementair

Er is niet echt een specifieke taakverdeling, maar de twee broers vullen elkaar mooi aan. Zo heeft Frank een marketingachtergrond en is Johan eerder technisch geschoold, al hebben beiden een fascinatie voor grote gemotoriseerde machines. Het bedrijf, dat altijd op dezelfde locatie gevestigd is geweest, beslaat intussen 10.000 m2, waarvan 6.000 m2 overdekt, en er staan een 30-tal medewerkers op de payroll. Over omzet wil Frank liever niet praten. “Laat ons zeggen dat we proberen één tractor/zelfrijder per werkdag te verkopen”, omzeilt hij de vraag. Het type cliënteel? “Dat is enorm uiteenlopend”, zegt Frank. “Van boer Charel tot de hoge pieten uit onze maatschappij ;-). Heer en boer worden hier bediend. Sinds de diversificatie hebben we ook veel gemeentebesturen, tuinaannemers, verantwoordelijken voor sportcentra en golfterreinen... onder ons cliënteel. Een gevarieerd publiek dat we heel persoonlijk en op de gepaste manier benaderen.”

Sciencefiction is werkelijkheid geworden

“Er is wel veel veranderd in ons vak”, weet Frank. “In grootvaders tijd kwamen de boeren hier iets bestellen of betalen met de fiets, meestal na de mis. Geleidelijk aan nam de tijdsdruk én de concurrentie toe en gingen we zelf naar de klant. En vandaag kan het allemaal niet snel genoeg gaan en zal alles nóg sneller en verder evolueren en automatiseren. Toen Ford in 1964 zijn dealers uitnodigde in Amerika en aan de hand van foto’s een beeld schetste van hoe de landbouw er in het jaar 2000 zou uitzien, werd er van sciencefiction gesproken. Welnu, die sciencefiction van toen is vandaag de realiteit. Tractoren zijn uitgerust met gps voor meer efficiëntie, om nauwkeuriger te rijden, met minder overlapping qua zaaigebied. De oogst wordt geanalyseerd en in functie daarvan wordt de graad van bemesting voor de volgende oogst bepaald. Er worden robots ingezet, drones...”

Métier

Maar het mag dan allemaal wel wat ‘makkelijker’ en fysiek minder zwaar geworden zijn, je moet het métier toch echt nog wel kennen om vandaag als landbouwer te overleven. Je moet ook over de technische kennis beschikken, want tenslotte moet je al die automatisering ook kunnen bedienen en onderhouden. Boeren hebben het zeker niet makkelijker vandaag. Ze zijn ook verplicht geweest alsmaar uit te breiden. De productie op te drijven. In eigen onderhoud voorzien, volstaat al lang niet meer.

Overqualified

Frank ziet de toekomst niet somber in, maar makkelijker zal het er niet op worden, meent hij. “Toen wij in de zaak kwamen, ging de landbouw er langzamerhand op achteruit. Alle ‘kleintjes’ gaven het op en dat proces zal wellicht nog een tijdje doorgaan. Enkel grote en sterke bedrijven zullen overeind blijven. Diegenen die de mensen en de middelen hebben om fors te blijven investeren in de technologische ontwikkelingen. Achterop hinken is geen optie. Bedrijven zullen moeten volgen om te overleven en ook hun structuur aanpassen aan de nieuwste ontwikkelingen. Een bijkomende uitdaging is het geknipte personeel vinden, want net zoals in andere branches hebben wij voor de toekomst techniekers nodig, die bereid zijn om zich steeds bij te scholen. Bovendien moeten ze toch een beetje affiniteit hebben met de landbouw, anders houden ze het niet vol. ’t Is telkens weer zoeken naar de spreekwoordelijke naald in de hooiberg. Het is zelfs zo lastig dat het bedrijven als het onze afremt in onze groei. Voor de niet-technische jobs valt het op dat er kandidaten met een bachelor solliciteren, die in feite overqualified zijn, wat op termijn ook niet gezond is.”

Generatie onder druk

Of mijn job nu zwaarder is dan toen mijn vader de zaak leidde? Niet te vergelijken, volgens Frank. “Tenslotte moest mijn vader alles alleen doen en manueel. Maar ik denk wel dat onze generatie meer onder druk staat. De relaties met leveranciers zijn goed maar de marges krimpen. Time is money en we kampen met enerzijds erg korte seizoenen (soms maar een paar weken) en anderzijds met een snelle opvolging van de verschillende seizoenen. Onze activiteiten in de werkplaats liggen nooit stil. Gelukkig zijn de machines van vandaag veel krachtiger en vallen pannes minder voor. Daar staat tegenover dat ze veel duurder zijn. En dan is er de beschikbaarheid. Eigenlijk moeten wij permanent bereikbaar zijn. We kunnen het ons, zeker in het hoogseizoen, niet permitteren om niet beschikbaar te zijn. Daar maken we gewoon goede afspraken over. Een laatste aspect ten slotte dat in schril contrast staat met vroeger, is de onvoorstelbare vracht aan administratie die er bijgekomen is. Daar kruipt enorm veel tijd in. Maar ja, we zijn ook ‘een beetje’ groter dan vroeger hé.”